Vierstroom

Over ons

Blog – Bij aanbellen wordt er niet open gedaan…

“Janneke, zullen we samen naar meneer Witjes gaan?” Meneer Witjes is nu een goede twee weken bij ons in zorg en het lukt maar niet om de “puntjes op de i’’ te zetten over wat de zorgvraag nu precies is. Daarbij komt dat meneer al een paar dagen aan het spugen is. De vraag om samen naar meneer Witjes te gaan komt van onze nieuwe wijkverpleegkundige. Hij is net klaar met zijn opleiding HBO-Verpleegkunde en volgt vanuit de Vierstroom Zorg Thuis een traineeship om de kneepjes van het wijkverpleegkundige vak te leren.

Ik ben al een paar keer bij meneer Witjes geweest en heb met mijn stagiaire de intake gedaan. Meneer Witjes is thuisgekomen na een longontsteking. Ook heeft hij hartproblemen en werken zijn nieren niet goed. De laatste dag voor ontslag heeft het ziekenhuis een blaaskatheter ingebracht omdat meneer na het verwijderen van de vorige katheter niet goed kon plassen. Meneer Witjes wil eigenlijk geen zorg van ons, want hij zegt alles zelf wel te kunnen. Nadat wij hem uitleggen dat hij professionele zorg nodig heeft voor de verzorging van zijn katheter mogen we toch iedere dag een keer langs komen. Als we er dan toch al zijn mogen we hem ook één keer in de week helpen bij het douchen. Dat is wel fijn.
“Ze willen in het ziekenhuis dat ik tijdelijk naar een verpleeghuis ga om aan te sterken’’, zo had meneer Witjes mij de vorige keer verteld. “Denk je dat ik daar naar toe ga? Ik heb net een nieuwe, hele grote TV gekocht en daarop wil ik graag naar mijn favoriete serietjes kijken. Die TV kan ik daar toch niet mee naar toe nemen, dat ding is alles wat ik nog heb!”

We gaan dus met z’n tweeën naar meneer Witjes toe op het geplande zorgmoment. Bij aanbellen wordt er niet open gedaan. Op één of andere manier bekruipt ons een vreemd gevoel. Het zal toch niet…? We bellen nog een paar keer aan en bellen naar zijn huistelefoon. Niks…geen reactie. We kijken door het raam in de woonkamer en zien zijn laarzen met hulpstuk liggen. Hij kan niet weg zijn! “We kunnen zijn contactpersoon bellen” stel ik voor aan de wijkverpleegkundige. “Ik weet dat meneer al 40 jaar geen contact heeft met zijn twee zonen maar hij vertelde bij de intake dat de huishoudelijke hulp een sleutel heeft.” We zoeken contact maar de huishoudelijke hulp blijkt helemaal geen sleutel te hebben. Ik weet ook dat meneer verder met niemand contact heeft.

We kunnen niets meer verzinnen om binnen te komen en besluiten de politie te bellen. We weten wat we in zo’n situatie moeten doen maar het is toch ook best even spannend. “Fijn dat jullie er zo snel zijn.” Zo lopen we de politiemannen tegemoet die met drie man sterk aan komen. Na wat gebonk en geweld zijn ze toch vrij snel binnen en lopen met zijn drieën naar binnen om polshoogte te nemen. “Kom maar verder” zeggen ze tegen ons. “Meneer ligt op bed en heeft niet de kracht om op te staan”. De politie wil snel een ambulance bellen, maar wij besluiten eerst goed de situatie te beoordelen. “Ik moet poepen en ik ben misselijk”, zegt meneer iets beschaamd. Met moeite krijgen we hem op het toilet. Zo dat is gelukt. Verder is meneer goed aanspreekbaar, alleen zijn benen werken niet goed. Hij drinkt gretig een glas sap op en is daarna niet meer misselijk.
“Meneer Witjes, we gaan de huisarts bellen, want zo kunt u niet meer thuis blijven.” Hier is meneer het gelukkig mee eens. In overleg met de huisarts wordt er besloten om meneer die dag op te laten nemen op een crisisplek in een verpleeghuis. Helaas, dit is makkelijker gezegd dan gedaan. “Nee, we hebben geen plaats en meneer heeft al eerder een opname geweigerd”, zo wordt ons verteld.

Tussen de middag ga ik weer bij meneer langs. Meneer reageert niet echt alert en heeft niets gegeten of gedronken van wat wij klaargezet hebben. Meneer heeft ook niet meer geplast. Ik twijfel geen moment en bel de huisarts. “Kunt u naar meneer Witjes komen, ik ben er nu en u kunt niet zonder ons naar binnen, want meneer kan niet opendoen.” De huisarts komt meteen en besluit nu toch in overleg met het ziekenhuis een ambulance te bellen. Meneer moet verder onderzocht worden op de Eerste Hulp. Ik pak snel wat benodigde spullen in, zoals schoon ondergoed en zijn medicatie. Voor ons is het een geruststellend idee dat meneer Witjes vannacht niet alleen thuis is. 

Ruim een week later komt de huisarts vertellen dat meneer Witjes in het ziekenhuis is overleden.

Gelukkig maken we dit niet iedere dag mee. In zo’n situatie ben ik de hele dag met een cliënt bezig. Vooral als er geen kinderen, mantelzorgers of kennissen zijn. Het vraagt veel van de inzet en flexibiliteit van het team. Maar we doen het natuurlijk graag voor de veiligheid van onze cliënten. En onze jonge wijkverpleegkundige? Hij is een hele ervaring en belevenis rijker.

 

Janneke Plooij

Verpleegkundige Vierstroom Zorg Thuis

 

 

5 reacties op “Blog – Bij aanbellen wordt er niet open gedaan…”

  1. Eigenlijk zouden alle ouderen een alarmapparaatje moeten hebben
    Dan kan de hulp ook naar binnen
    En als er iets is kan je ook hulp oproepen.
    Vr.groet

  2. Heel fijn dat jullie er zijn en dokteren die direct handelen.
    Mijn complimenten.
    Een telefooncirkel is heel goed en hier in Zoetermeer kunnen wij meer ouderen op leeftijd hebben..succes.
    Carmen

  3. Hulde. Dit verslag geeft aan dat in de verzorging ook mensen werken met gevoel, inlevingsvermogen en een hart voor het werk. Dezen zijn een exponent voor het personeel. Dit is ook wat ik er van verwacht.

  4. Goed dat er zo kordaat is opgetreden bij wijlen dhr. Witjes. Fijn ook dat er instellingen zijn zoals ‘de Vierstroom’.
    Wat fijn ook voor de stagiër dat hij/zij zo’n goede en bewogen leermeester heeft die weet hoe te handelen en dat ook in alle rust doet. Doorgaan zo!!!!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *